Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Vensters PO Scholennetwerk De Basis

OBS Het Slingertouw is onderdeel van
Scholennetwerk De Basis


Ga naar de site van De Basis
Volg ons op Facebook Volg ons op Twitter Vensters PO Scholennetwerk De Basis

OBS Het Slingertouw is onderdeel van
Scholennetwerk De Basis


Ga naar de site van De Basis

zorg

De zorgstructuur op Het Slingertouw
Op onze school richten we het onderwijs in volgens de principes van adaptief onderwijs. Adaptief onderwijs wil zeggen dat het dagelijks onderwijs aansluit bij de mogelijkheden van het kind. Alle kinderen zijn verschillend. De één werkt snel en heeft nieuwe dingen snel door. Een ander doet daar wat langer over of moet wat meer met materialen oefenen voordat een bepaalde vaardigheid helemaal onder de knie is. Ook verschillen kinderen wat betreft hun interesse. Er zijn kinderen die helemaal opgaan in een leesboek, terwijl er ook kinderen zijn die veel praktischer zijn ingesteld en liever wat meer met de handen bezig zijn en op die wijze de wereld om hen heen ontdekken. Binnen ons onderwijs proberen we hier zoveel mogelijk rekening mee te houden. Dat vraagt van de leerkracht een groot organisatietalent, maar zeker een goede kijk op wat kinderen kunnen en kennen. Hierbij gaan we uit van de drie basisbehoefte; competentie, autonomie en relatie.
De ontwikkeling van leerlingen verloopt verschillend, daarom wordt het onderwijsaanbod afgestemd op de, voor hen, verschillende pedagogische en didactische behoeften. Dit betekent dat er aan de individuele behoeften van leerlingen zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen. Het einddoel van de zorg verschilt dan ook en is afhankelijk van de mogelijkheden van de leerling.

We streven er naar dat de leerkrachten gedifferentieerde zorg kunnen bieden aan de leerlingen, waarmee een zo goed mogelijke onderwijsopbrengst behaald wordt. Hierbij speelt de sociaal emotionele ontwikkeling van de leerling een cruciale rol.
De leerkracht is de spil van de integrale leerlingenzorg, er wordt preventieve zorg gegeven en planmatig gewerkt. De intern begeleider coördineert de zorgstructuur op leerlingniveau, groepsniveau en schoolniveau .
Dit verloopt volgens een vaste planning die bekend is bij het team.

Planmatig werken
Aan het begin van het nieuwe schooljaar heeft de nieuwe leerkracht alle groepsplannen in orde, zodat er meteen aan de uitvoering gewerkt kan worden. Hierdoor heeft de nieuwe leerkracht zicht gekregen op de onderwijsbehoeftes van zijn nieuwe groep op het gebied van rekenen, technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en vanaf groep 8 werkwoordspelling. Aan het eind van het zorgblok 1 evalueert de leerkracht de plannen samen met de IB-er tijdens de groepsbespreking. Zo nodig worden de groepsplannen aangepast aan de veranderende onderwijsbehoeftes van de leerlingen. De groepsplannen zorg, worden in november ook geëvalueerd (tussenevaluatie). In het groepsplan komen de volgende punten aan de orde: beginsituatie, doelen, methodiek/aanpak, verslag van de uitvoering en evaluatie.
Naast deze groepsplannen op cognitief gebied, kan er ook een groepsplan op sociaal-emotioneel gebied gemaakt en uitgevoerd moeten worden. Dit komt dan naar voren na het invullen van Zien!
In oktober en april nemen we bij elke groep Zien! af. Dit is een leerlingvolgsysteem waarbij gekeken wordt naar betrokkenheid en welbevinden maar ook naar sociale interactie –en autonomie. Vanaf groep 6 vullen de leerlingen ook de leerlingvragenlijst op papier in. Deze gebruikt de leerkracht bij de analyse van zijn eigen vragenlijsten en komt ter sprake tijdens het ouder-kindgesprek. Het kan ook voorkomen dat aan de hand van Zien! op individueel niveau een zorgsignaal wordt afgegeven. Dan wordt er voor de leerling een plan van aanpak geschreven in een individueel plan.
Ook zijn er leerlingen die een leerachterstand hebben opgelopen. Als dat zo is, krijgen zij in overleg met ouders en HGPD-begeleider een individuele leerlijn. Hierin staat beschreven op welk niveau de leerling gaat uitstromen en hoe de weg ernaartoe vermoedelijk zal verlopen. Hierover later meer.

Communicatie over de zorg
In elk schooljaar worden 3 groepsbesprekingen gehouden; de eerste in oktober, over de groepsvorming en individueel sociaal-emotionele ontwikkeling. De tweede (januari) en derde (juni) staan in het teken van de ontwikkeling van de leerlingen op cognitief en sociaal-emotioneel gebied. Het cognitieve gebied wordt aan de hand van een analyse op de scores op methode (on)afhankelijke toetsen besproken met de intern begeleider. Het sociaal-emotionele aspect komt uit de observaties die geregistreerd worden bij Zien!
Ook vinden er per schooljaar minimaal 3 oudergesprekken plaats; in oktober over de sociaal-emotionele ontwikkeling (en indien er veranderingen zijn opgetreden binnen de methodegebonden toetsen) en in januari en juni. Deze gaan voornamelijk over de ontwikkeling van de leerling die we volgen middels de afname van de Cito toetsen rekenen, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen, taal en rekenen voor kleuters (afname M2) en vanaf groep 7 werkwoordspelling. Ook methodegebonden toetsen komen aan de orde als ook de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Vanaf groep 6 zijn de leerlingen betrokken bij de oudergesprekken en heet het dus een ouder-kindgesprek. Hiermee willen we de leerling meer eigenaar maken van zijn eigen leerproces. Voor leerlingen die in de zorg zitten, wordt frequenter een oudergesprek gevoerd. Dit gebeurt in principe op uitnodiging van de leerkracht maar ook ouders kunnen een verzoek indienen. Mocht het zo zijn dat gedurende een zorgblok een leerling een opvallende ontwikkeling doormaakt, dan worden ouders ten alle tijden benaderd door de leerkracht om dit met ze te delen. Ook als de leerling een onvoldoende scoort op de Cito LOVS toets en dit lag niet in de lijn der verwachting, worden ouders vóór het oudergesprek telefonisch op de hoogte gebracht.
Ouders kunnen zelf op de hoogte blijven van de ontwikkelingen van hun kinderen op cognitief gebied, door in te loggen in het ouderportaal in Parnassys. Een ieder heeft hiervoor een persoonlijke inlogcode en wachtwoord gekregen.

Procedure bij leer- en gedragsproblemen
Op obs het Slingertouw zijn wij doorgaans in staat om leerlingen met leer- en/of gedragsproblemen op een adequate wijze te begeleiden. Toch kan het voorkomen dat leer- en of gedragsproblemen zo specifiek zijn dat het nodig is om de hulp van het bovenschools ondersteuningsunit (BOU) in te schakelen. Hoe die hulp vorm krijgt, wordt beschreven in de volgende alinea’s.

Naar aanleiding van de groepsbesprekingen met de leerkracht en de IB-er kan het voorkomen dat wordt besloten om de leerling verder te bespreken met de orthopedagoog van de BOU in de HGPD (Handelings Gerichte Proces Diagnostiek). Ouders geven vooraf toestemming en worden uitgenodigd om hierbij aanwezig te zijn. Het doel van de HGPD is de onderwijsbehoeften van de leerling in kaart te brengen zodat de leerkracht het onderwijsaanbod beter kan afstemmen. De leerling wordt systema-tisch besproken met de leerkracht, de ouders, de orthopedagoog en de IB-er. Voordat de HGPD plaatsvindt, is de ib-er met de leerkracht nagegaan waar de leerling op vastloopt. Dit kan aan de hand van een PDO (rekenen / spelling / sociaal-emotioneel / leesvoorwaarden). Dit voert de intern begeleider uit. Daarnaast kan uit het HGPD gesprek geconcludeerd worden dat het goed is om de leerling te laten onderzoeken door een orthopedagoog of kinderpsycholoog. Dit in de vorm van een psychologisch onderzoek, waaruit een IQ bepaling komt en waar handelingsadviezen aan gekoppeld zijn. Dit kan school en ouders informatie opleveren om het onderwijsaanbod nog specifieker af te stemmen op de leerling. Vanuit het onderzoek kan het zijn dat er wordt geadviseerd om als ouders externe hulp te zoeken voor het kind. Dit kan een logopedist zijn, een kindertherapeut, fysiotherapeut of een specifieke training.
Wanneer een leerling uitstroomt op VMBO basis, zal onderzocht worden of hij in aanmerking komt voor leerwegondersteuning (LWOO). Dit gebeurt aan de hand van een NIO onderzoek. De NIO wordt afgenomen door een kinder-jeugdpsycholoog, die verbonden is aan het scholennetwerk.

De zorg voor leerlingen binnen de groep wordt beschreven in de groepsplannen. Mocht de leerling niet meer de leerlijn van de groep kunnen volgen, dan kan er op advies van de HGPD-begeleider een OPP (ontwikkelingsperspectief) worden opgesteld. Hierin wordt beschreven wat het toekomstperspectief van de leerling is en hoe de school deze wil bereiken. Dit doen we aan de hand van een verloop van de vaardigheidsgroei, die te zien is bij de afname van de Cito LOVS toetsen. Voor leerlingen waarbij wij van mening zijn dat zij daar behoefte aan hebben, gebruiken we de speciale toets basisonderwijs (rekenen en begrijpend lezen). Dit alles verloopt in samenspraak met HGPD-begeleider en ouders. De leerling volgt een bepaalde leerroute, die moet resulteren in een vooraf bepaald uitstroomniveau. Om het plan van aanpak binnen het OPP goed te laten verlopen, is het van belang dat onderwijsbehoeften, stimulerende factoren en belemmerende factoren van de leerling worden beschreven. Het OPP wordt, nadat het is opgesteld, besproken met ouders en deze tekenen voor akkoord. Vier keer per schooljaar vindt een evaluatiemoment plaats, waarbij de leerkracht met ouders het verloop bespreekt.

Op obs het Slingertouw werken we met het protocol doorstroming. Hierin staat beschreven wanneer een leerling in aanmerking komt voor een eventuele doublure. Vanaf groep 5 is doublure nauwelijks nog aan de orde maar wordt er voor de leerling een OPP opgesteld voor het vakgebied waarop de leerling uitvalt. Leerlingen die opvallen vanwege hoge scores bieden we de mogelijkheid om een groep over te slaan. Dit wordt na een zorgvuldige procedure gedaan met behulp van het protocol meerbegaafdheid en met bemoeienis van de BOU. Voor beide gevallen geldt: indien ouders en school het samen niet eens kunnen worden neemt de directeur een beslissing welke bindend is.

Dyslexie
Op het Slingertouw hanteren wij het bovenschool protocol dyslexie 2013-2015. Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de basisvaardigheden van het lezen en/of spellen. De hardnekkigheid blijkt uit de discrepantie tussen inspanning en resultaat, zonder dat daar een verklaring (bijvoorbeeld onvoldoende en/of slecht onderwijs) voor te vinden is. De automatisering van de basisvaardigheden komt ook na langdurig en herhaald gericht oefenen niet op gang. Dit specifieke lees- en/of spellingprobleem beperkt in ernstige mate een normale educatieve ontwikkeling, die op grond van de overige cognitieve vaardigheden geïndiceerd zou zijn. We hanteren de volgende aanpassingen voor kinderen met dyslexie: Voor het lezen wordt een begeleiding geadviseerd die met name gericht is op het lezen van betekenisvolle teksten die de leerling leuk vindt om te lezen. Belangrijk daarbij is boeken te kiezen die aansluiten bij de belevingswereld. Dit mogen boeken zijn van een iets hoger AVI-niveau. Wanneer er samen met iemand wordt gelezen, zal de leerling voldoende steun hebben aan de context en zijn medelezer. Ondersteunend kan er worden gelezen op woordniveau, waarbij er met name aandacht moet zijn voor de woordstructuur. Door middel van faciliterende technieken, als het voorlezen van moeilijke woorden of voor- en nalezen van kleine stukken tekst, moet falen voorkomen worden. Het is belangrijk dat de leerling positieve ervaringen met boeken opdoet en wordt gestimuleerd om actief met taal aan de slag te gaan. Daarom is het raadzaam lid te worden van de bibliotheek (voor kinderen gratis), waar op leuke wijze wordt ingezet op leesplezier. De meeste bibliotheken beschikken over een 'Makkelijk Lezen Plein' waar boeken worden aangeboden die speciaal zijn geselecteerd voor kinderen met leesproblemen. Naast het regelmatig zelf lezen is het eveneens van belang de leerling geregeld voor te lezen. Voorlezen leert kinderen bijvoorbeeld dat een verhaal een structuur heeft, en het vergroot de woordenschat en kennis over de wereld. Kinderen die worden voorgelezen, blijken bovendien klanken makkelijker te herkennen, op te pikken en te begrijpen. 

Er wordt een behandeling voor het spellen geadviseerd die uitgaat van de klank- en morfeemstructuur van woorden. Hierbij zal zorgvuldig een systeem moeten worden opgebouwd om de klanken en de spellingregels aan te leren. In de behandeling wordt goed gebruik gemaakt van de regelmatigheden van de Nederlandse taal; kinderen met dyslexie hebben vaak veel steun aan regels. De spellingregels die worden aangeleerd zijn logisch van aard, waardoor ze beter worden onthouden. De intern begeleider van de school is de persoon die alle zorg coördineert.
In de groep neemt de leerkracht de volgende maatregelen om het functioneren in de klas wat te vergemakkelijken:

  • De leerling zou voor in de klas moeten zitten, met zijn gezicht naar het schoolbord. Hierdoor kan hij de leerkracht makkelijker verstaan en is er sneller contact met de leerkracht als er iets niet goed gaat of iets niet helemaal begrepen wordt;
  • Het is aan te raden slechts een instructie tegelijk te geven (meerdere instructies tegelijk worden snel vergeten). Ook is het verstandig de instructie kort en bondig te houden, en wat vaker te controleren of de leerling e.e.a. goed heeft begrepen;
  • Het is zinvol om wat vaker te controleren of eerder geleerde stof nog voldoende paraat is;
  • Laat de leerling bij onvoldoende automatisering gebruik maken van hulpmiddelen, zoals een regelkaart voor spellingregels of een kaart voor de tafels van vermenigvuldiging. Wanneer tijdens de les gebruik mag worden gemaakt van hulpmiddelen, sta dit dan ook toe tijdens toetsen;
  • De leerling kan veel steun hebben aan een tutor naast zich, zodat hij tijdens opdrachten hulp kan vragen bij het lezen van teksten;
  • Indien noodzakelijk: om zelfstandige tekstverwerking te bevorderen kan in de bovenbouw en het gebruik gemaakt worden van Kurzweil 3000; daar waar schrijven geen doel is, mag de verwerking mondeling of op de computer;
  • Als de leerling onvoldoende in staat is om stukken tekst uit een leerboek te lezen, dan helpt het enorm als deze leesstof voor de les al een keer is voorgelezen (pre-teaching);
  • Wanneer geoefend wordt met lezen, is het belangrijk om heterogene groepjes samen te stellen, zodat de leerling een voorbeeld heeft en zich kan optrekken aan het leesniveau van betere lezers;
  • Wanneer er stukken tekst van het bord overgenomen moeten worden, geef de leerling dan een kopie van de tekst in plaats van dat de leerling zelf de tekst van het bord moet overschrijven;
  • Laat de leerling een tekst voorbereiden wanneer hij moet voorlezen in de groep;
  • Bied leesteksten in een helder lettertype (bijv. Arial) en met een behoorlijke lettergrootte (minimaal pitch 12, liever nog pitch 14) aan;
  • Het is wenselijk dat spellingfouten niet worden gerekend als dit niet het onderwerp van toetsing is;
  • Het is van belang om zoveel mogelijk de positieve resultaten te waarderen en niet te veel aandacht te schenken aan datgene wat (nog) niet zo goed gaat;
  • Het kan nuttig zijn om de leerling de gelegenheid te geven een koptelefoon te gebruiken om de last van omgevingslawaai te verminderen, waardoor hij rustiger kan werken.

Ouders worden gewezen op het volgende;

  • Boeken dyslexie
    • `Omgaan met dyslexie en sociaal-emotionele aspecten` (drs. J.H. Loonstra en dr. F. Schalwijk (red.); Garant Uitgevers).
    • `Dyslectische kinderen leren lezen` (drs. T. Braams en A. Smits; uitgeverij Boom)
    • `Dyslexie, een complex taalprobleem` (drs. T. Braams; uitgeverij Boom)
  • Landelijke Oudervereniging Balans
    Balans is de vereniging voor ouder(s) van kinderen met ontwikkelingsstoornissen bij leren en/of gedrag, waaronder aandacht- en concentratieproblemen, dyslexie en problemen met de sociale afstemming.

Schoolmaatschappelijk werk
Aan het schoolbestuur van “De Basis” is een schoolmaatschappelijk werker verbonden. Deze is beschikbaar voor de kinderen die hier behoefte aan hebben maar ook voor ouders. Een gesprek kan worden aangevraagd bij de IB-er. 

Onderwijs aan zieke kinderen
Het kan voorkomen dat een kind door ziekte een korte of een langere tijd afwezig is. De school is verantwoordelijk voor het onderwijs aan zieke leerlingen. Dit is geregeld bij de Wet Ondersteuning Onderwijs aan Zieke Leerlingen. Hieronder wordt beschreven wat wij, als school, zullen doen om te voorkomen dat leerlingen door ziekte een leerachterstand oplopen.

De leerling is korte tijd afwezig:

  • De groepsleerkracht zorgt voor het contact met de leerling en de ouders/verzorgers; een zieke leerling stelt het contact met medeleerlingen erg op prijs. Mogelijkheden hiervoor zijn: brieven, kaartjes, e-mail berichten medeleerlingen laten telefoneren met de zieke leerling of eventueel een bezoekje brengen met een paar klasgenootjes. Een goede communicatie met ouders/verzorgers is hierbij van wezenlijk belang.
  • De groepsleerkracht stelt, afhankelijk van de situatie, de overige teamleden, IB-er en directie op de hoogte.
  • Bij een dreigende langere ziekteperiode en het niet naar school kunnen overlegt de groepsleerkracht met IB-er en directie; afhankelijk van de situatie kan de consulent zieke leerlingen worden ingeschakeld.

Leerling is langere tijd afwezig, is ziek thuis, al dan niet na opname in het ziekenhuis:

  • De groepsleerkracht zorgt voor het contact met de zieke leerling en de ouders/verzorgers en betrekt de klas bij de zieke klasgenoot.
  • De groepsleerkracht meldt de zieke leerling bij de overige teamleden, de IB-er en de directie.
  • De groepsleerkracht en IB-er onderzoeken wat de mogelijkheden op schoolniveau zijn om de leerling te begeleiden.
  • De school schakelt, indien nodig, de consulent zieke Leerlingen in via CEDIN.
  • De groepsleerkracht stelt een handelingsplan op (in overleg met de IB-er en/of de consulent) en de school voert dit zelf uit.
  • De consulent begeleidt de zieke leerling gedurende een bepaalde periode bij het onderwijs thuis. 

Leerling ligt gedurende een langere periode in het ziekenhuis:

  • De groepsleerkracht zorgt voor het contact met de zieke leerling, de ouders/verzorgers en betrekt de klas bij de zieke klasgenoot.
  • Bij een langere opnameduur in een regionaal ziekenhuis bestaat de mogelijkheid om de hulp van de consulent zieke leerlingen in te roepen. De consulent kan, in samenwerking met de thuisschool, het onderwijs gedurende een aantal keren per week in het ziekenhuis begeleiden.
  • Bij een lange of steeds terugkerende opnameperiode in een Academisch Ziekenhuis bestaat de mogelijkheid om de ondersteuning in te roepen van de Educatieve Voorziening (voormalige ziekenhuisschool in een Academisch Ziekenhuis). In voorkomende gevallen neemt de Educatieve Voorziening, met instemming van de ouders, contact op met de school. 

Nazorg vervolgonderwijs
Na het verlaten van de basisschool blijven we de oud-leerlingen volgen. In januari houden de scholen van voortgezet onderwijs een spreekuur. We bespreken dan de vorderingen van de oud-leerlingen. Vaak wordt er nog achtergrondinformatie uitgewisseld, die erg verhelderend kan werken.

Passend onderwijs
De wet Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een passende plek vinden in het onderwijs. Passend onderwijs beoogt dat zoveel mogelijk leerlingen regulier onderwijs kunnen volgen. Met ingang van 2014 hebben we zorgplicht. Dat betekent dat wij verantwoordelijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Het protocol passend onderwijs is op school aanwezig. Hierin staat ook beschreven hoe de verwijzing naar S(B)O scholen verloopt. 

Schoolondersteuningsprofiel
In ons SOP (schoolondersteuningsprofiel) hebben we omschreven wat we de leerlingen kunnen bieden op het gebied van zorg en begeleiding. Hierin staan de volgende punten beschreven;
kwaliteit basisondersteuning, deskundigheid voor ondersteuning, ondersteuningsvoorzieningen, voorzieningen in de fysieke omgeving.

Onderwijsassistente
Op school hebben we extra formatie ingezet in de vorm van een onderwijsassistente. Zij begeleidt leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften (voorheen rugzakleerlingen). Dit doet zij onder supervisie van de leerkracht.

Onze interne begeleidster is Femke van der Linden.